Pulled pork

Van de befaamde Boston Butt

Iedereen die lekker bezig is op de BBQ maakt regelmatig de pulled pork. Het is dan ook een echte allemansvriend en zo lekker qua smaak. De grootste uitdaging bij pulled pork is het tijdstip waarop je vlees klaar is. Dit is iedere keer anders en kan wel 4 uur schelen. De belangrijkste tip hiervoor is dat je pulled pork ook een dag van te voren kunt klaarmaken. Volg onderstaand recept tot en met het inpakken. Je gaat het vlees dus nog niet pullen. De volgende dag warm je het vlees rustig op in de kamado, eventueel nog wat roken voor het show effect bij je gasten :).. en pullen maar! Zo voorkom je dat je gasten te ongeduldig worden wanneer het diner een paar uur uitgesteld wordt..

Bereidingswijze

  • Begin 24 uur van te voren met het voorbereiden van de varkensschouder. Smeer het stuk vlees in met een klein beetje olijfolie en verdeel de zakjes rub erover. Kneed de rub goed in het vlees. De dag dat het gaat gebeuren injecteer je het vlees met appelsap. Je zal met verbazing staan te kijken hoeveel vocht er in gaat! Door het injecteren kan het vlees eigenlijk niet meer mislukken, succes gegarandeerd 🙂
  • Breng je kamado op een temperatuur van 100 graden indirect met de plate setter.
  • Zodra hij de temperatuur bereikt heeft gooi je er een paar mooie stukken hickory chunks in. Deze hoef je niet nat te maken.
  • Leg een druippan op de plate setter, deze kun je vullen met appelsap of water. Hierdoor krijg je condens, droogt je stuk vlees van buiten niet uiten krijg je die felbegeerde smoke ring. Vul deze ook regelmatig bij.
  • Zorg dat je kamado gedurende 10+ uur op een constante temperatuur blijft, dit is het leukste gedeelte! Hoelang het stuk nodig heeft is iedere keer anders. De ene keer duurt het 9 uur, de andere keer 13 uur.
  • Je vlees blijft een tijdje in de 60 graden ‘zone’ hangen. Door deze constante temperatuur wordt je vlees supermals.
  • Mocht het stuk schouder al erg donker worden zou je er voor kunnen kiezen om het stuk vlees in te pakken met aluminiumfolie.
  • Gaar het stuk vlees tot een kern van 88 graden en haal deze uit de kamado. Controleer voorzichtig of het vlees al helemaal zacht is en uit elkaar valt. Mocht dat niet het geval zijn laat hem dan gerust nog langer door garen.
  • Om alle sappen te behouden kan je het beste het vlees nu een half uur tot een uur laten rusten in aluminiumfolie.
  • Wanneer je het vlees wilt gaan pullen, maak dan vooral gebruik van meat claws. Hiermee gaat het veel makkelijker dan met vorken en belangrijker: je krijgt een andere structuur wat van grote invloed is op de smaak. Met vorken krijg je al snel fijne draadjes.
  • Bewaar het vocht wat uit je pulled pork is gekomen bij het rusten, dit kun je later toevoegen met de bbq saus
  • Als je pulled pork helemaal uit elkaar getrokken is kun je nu de bbq saus toevoegen naar smaak, samen met het vocht wat uit de pulled pork is gekomen. Gewoon lichtjes doorroeren zodat het vocht en de saus overal komt.
  • Je kunt pulled pork op een broodje eten met lekker wat koolsla of verwerken in andere gerechten.

Tip: Om zeker te weten of het gaat met je pulled pork kun je gebruik maken van een digitale kerntemperatuur. Daardoor kan je de kamado temperatuur en of je vlees temperatuur op afstand in de gaten houden. Dit maakt het allemaal wel een stuk makkelijker.